Geschiedenis van Brielle

Brielle, in de middeleeuwen de vijfde stad van het gewest Holland, is een oude vestingstad en de bekendste bedevaartplaats van Zuid-Holland. De grotendeels uit de 17e eeuw stammende vesting van Brielle is een rijksmonument en één van de best bewaard gebleven verdedigingswerken in Nederland.

De naam gaat terug op het Keltische woord brogilo (‘ingesloten gebied, jachtgebied’) en uit de oudste geschriften blijkt dat de huidige locatie ‘de nieuwe Briel’ is. ‘Den ouden Briel’ moet ergens anders op het eiland Voorne gelegen hebben. Lange tijd was de stad de zetel van de graven van Voorne, totdat deze heerlijkheid in 1371 bij Holland gevoegd werd.

Brielle had zijn eigen haven en dreef handel met het Oostzee-gebied, met name Danzig en de Baltische staten. De stad had zelfs een eigen factorij in Zweden. Op 1 april 1572 werd de stad ingenomen door de Watergeuzen onder leiding van Lumey en Bloys van Treslong, waarbij de veerman Koppelstock een belangrijke rol vervulde.

De Inname van Den Briel wordt algemeen gezien als het eigenlijke begin van de opstand tegen Filips II;. Aan dit feit dankt Brielle haar schildspreuk Libertatis Primitiae, “eersteling der vrijheid”. Dit historisch feit wordt ieder jaar op 1 april gevierd. Schoolkinderen onthouden dit feit met de zin: “Op 1 april verloor Alva zijn bril” (oorsprongkelijk: “Op 1 april verloor Alva Den Briel”).

Tijdens de gebeurtenissen in 1572 doodden de protestantse Watergeuzen negentien katholieke geestelijken uit het veroverde Gorinchem, de heilige Martelaren van Gorcum. Sindsdien is Brielle ook een bedevaartsoord voor met name Nederlandse katholieken.

In 1585 werd Brielle Engels bezit: koningin Elisabeth verkreeg het in onderpand, samen met Oostende, Vlissingen en Fort Rammekens, in ruil voor militaire en financiële hulp in de strijd tegen Spanje. In 1616 kwamen deze gebieden terug bij de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden.